Feelgood-tv

Ik heb een nieuw favoriet programma. Het is een Engels programma dat Supersize versus Superskinny heet. Een veel te dik iemand ruilt van eten met een veel te dun iemand. De twee analyseren hun gedrag, krijgen op hun kop van de dokter, en beteren vervolgens hun leven. Dan krijgen ze een dieetplan en gaan ze naar huis. Na een paar maanden komen ze dan weer bij de dokter, vliegen elkaar om de hals, roepen ‘wat zie je er goed uit!’ en dan leven ze nog lang en gelukkig. Echt, ik kan me geen betere feelgood-tv indenken.

Ik kijk het op mijn computer, dus ik kan kijken wat ik wil wanneer ik wil. Heerlijk. Ik houd van die rare dikke mensen, die negen vette maaltijden per dag eten en zich serieus afvragen waarom ze te dik zijn. En ik houd van die malle spillebenen. Ze ontbijten niet, lunchen met een zakje snoep en leven verder op slappe thee, maar waarom hun botten bijna door hun vel steken? Geen idee. Maar bovenal houd ik van de gebeeldhouwde dokter Christian die het programma presenteert, die oh zo beheerste medicus met zijn vrolijke overhemden. Ik denk dat ze hem voor het programma uit een mal halen en hem een vers, nieuw overhemd aantrekken, zó uit de verpakking. Dan spreekt hij dikkerds en dunnerds vermanend toe, confronteert ze met wat gruwelijke ‘dit gebeurt er met jou als je zo doorgaat’-plaatjes, en dan gaat de dokter weer terug in zijn mal.

De laatste seizoenen stuurt hij de dikke mensen bij wijze van confrontatie naar de VS om een nóg dikker iemand te ontmoeten. Dan schrikt de iets dunnere dikkerd, en vervolgens gaan ze met zijn tweetjes naar een hamburgerbar om daar het XXL-menu te bestellen. Twee. Per persoon. Met extra alles, en een paar toetjes. Dan komt de dokter, verrassing verrassing, binnenvallen om te kijken hoe het gaat en doet hij waar hij goed in is. Op lichte toon, maar toch serieus, vol humor, maar toch confronterend. Echt, die man wordt geprogrammeerd en per afstand bestuurd, dat kan niet anders. Hij is te perfect om mens te zijn.

Die Amerikaanse zwaarlijvigen hebben bijna altijd diabetes. En hartproblemen, ademhalingsproblemen, hoge bloeddruk, pijn. Ze zijn blind of bijna blind, moeten gewassen worden door hun kinderen, en dat vinden ze Heel Naar. Ze weten dat ze hun gedrag en hun eetpatroon moeten veranderen, maar dat doen ze niet. Dat geven ze ook toe aan de gebeeldhouwde dokter Christian. Die gaat vervolgens, want het kan altijd nog erger, naar een Amerikaans ziekenhuis met een speciale afdeling voor superdikke mensen. En daar liggen mensen met geamputeerde benen, rottende tenen, etterende wonden die niet genezen. Door de diabetes. En ik bekijk die mensen vol afgrijzen. Hoe kunnen ze dit laten gebeuren? Waarom doen ze niets als het nog kan? Ontkenning? Luiheid? Ik geef bijna over als ik een wit slijmerig gat zie op de plek waar ooit een teen zat. Maar de dokter maakt voor mij alles goed. Dat beheerste, dat begripvolle, dat accent: ik wil meer, meer, meer. Maar die rottende dikke mensen…oh, afschuwelijk! Laat mij dat nooit gebeuren. Laat me alsjeblieft nooit ontwijkend grijnzend in een speciaal versterkt bed hoeven liggen terwijl iemand anders mijn bilnaad wast en doet alsof dat normaal is. Ik ben doodsbang dat ik straks met zwarte tenen blind in een rolstoel zit. Ik ben bang voor die zwaargewichten. Want wat zij kunnen, kan ik ook. Als zij de mist in kunnen gaan, kan ik het ook. Doodeng. Echt, de enige reden dat ik blijf kijken, is die heerlijk meelevende, vriendelijke dokter. ‘Diabetes is een vreselijke rotziekte.’ Ja, vertel mij wat. Vertel me meer. Vertel me alles. Spreek me vermanend toe, begrijp me. Geef me standjes, leef met me mee. Doe mij een week met dokter Christian en ik weet zeker dat ik daarna voor de rest van mijn leven een modeldiabeet zal zijn. Als de supersizers en de superskinny’s het kunnen, kan ik het ook.

Volgens mij is diabetes dan ook heel makkelijk te genezen. Niks geen transplantaties, niks geen revolutionaire methodes. Geef gewoon iedere diabeet zijn eigen dokter Christian.

Eerder verschenen op MyDiabetesdigital.com

Ooievaar

Er zat laatst een ooievaar bij mijn ouders op het dak. Mijn ouders wonen op het platteland, en daar heb je wel meer dingen die wij in de stad niet hebben, zoals buren die je naam kennen en rekening met elkaar houden. De mijne noem ik Poeptrut en Voetbalvandaal. Poeptrut heeft een hond die ze, met desastreuze gevolgen voor mijn regenpijp, alleen op het balkon uitlaat. Voetbalvandaal en zijn zoons vinden de ijzeren poort naast mijn huis het perfecte oefendoel. Elke keer als ze ‘scoren’ trillen mijn muren en schreeuwen ze ‘Jeeeeeeeeeeeej!’ Als ze missen en mijn slaapkamerraam raken is het ‘Sorry, hahaha!’ Maar nu paste ik een week op het huis van mijn ouders, en ik genoot van de vriendelijkheid en de rust, en van het samen met de buurvrouw de honden uitlaten.

‘Hee, kijk, een reiger’, zei ik toen ik de vogel op het dak zag. Niet omdat ik een stadsmens ben, maar omdat ik een nieuwe bril nodig heb en de oude niet op had. ‘Dat is geen reiger, gek, dat is een ooievaar’, zei de buurvrouw. Dat was geen verhuftering van de maatschappij; zo is de buurvrouw nou eenmaal. Ik mompelde iets van ‘Oh ja, nou je het zegt.’ Volgens mij zijn er in de winter geen ooievaars in Nederland, maar het beest was alweer gevlogen en misschien was dit wel een poolooievaar die in Nederland kwam overwinteren, of lag het aan de opwarming van de aarde. Je weet het niet.

‘Ben je zwanger?’ vroeg de buurvrouw. Ze is verpleegster en moeder en weet dus in beide hoedanigheden best hoe dat zit met de menselijke voortplanting. Ze wilde me gewoon plagen, ook al zoiets wat je bij mijn stadse buren niet kunt doen zonder risico op een voetbal door je ruit. ‘Nee. Dat beest zit op het verkeerde dak. Heeft zeker zijn tomtom niet bijgewerkt’, antwoordde ik.

Al heel lang geleden heb ik besloten dat ik geen kinderen wil. Nou ja, gevoelsmatig wel. Er ligt een lijstje met namen, ergens in een oud dagboek verstopt. Maar ik zal nooit moeder worden van Sterre, Malin of Jonas. Mijn bloedsuikers zijn er niet naar, hoe ik ook mijn best doe. Trouwens, zonder partner lukt het al niet. En ik wil geen kind met diabetes. Het is bon ton om te vinden dat je prima kunt leven met diabetes, en dat je met een beetje goede wil best zwanger kunt worden. Dat geloof ik ook best, het is alleen zo dat het mij maar niet wil lukken. Prima leven met diabetes, bedoel ik. Zwanger worden heb ik nog nooit geprobeerd en die ene keer dat iemand grapte dat hij een kind bij me ging verwekken ben ik heel kwaad geworden. Over zulke dingen maak je geen grappen. Ik krijg geen kinderen, punt uit.

De vrouwen in mijn familie hebben nogal de neiging diabetes te krijgen, en als het aan mij ligt houdt die traditie bij mij op. Mensen in mijn omgeving vinden dat vreemd. Het is helemaal niet zeker dat een kind van mij diabeet wordt, toch? Mijn broertjes zijn wel dyslectisch, maar kerngezond. En de vader is er ook nog, niet? En als die nou suikervrij is? Hoe groot is de kans nou helemaal? En stel dat, misschien ervaart dat kind het helemaal niet als zo erg. Stel ik me niet gewoon aan? Er zijn veel ergere dingen, hoor. Wacht maar tot die biologische klok gaat tikken! Je zou zo’n leuke moeder zijn! Ik mag me toch niet laten tegenhouden door zo’n kleine kans! Het kan nog best, je bent nog geen veertig! Er komt vast gauw een oplossing voor diabetes, en dan heb je spijt dat je het niet gedaan hebt!

Dat klopt vast allemaal. Maar ík wil geen diabeteskind op mijn geweten hebben. Ik veroordeel diabetische ouders niet; ik vind ze dapper en bewonder ze om hun moed. Gezonde ouders die hun gezonde kind zien veranderen in een diabetisch kind schrikken allemaal, en leren vervolgens al doende. Dat vind ik ook knap. Het hakt er toch behoorlijk in.

Maar ík vind leven met diabetes zwaar klote, ík kan er niet prima mee leven en ík weiger deze rotziekte door te geven aan iemand die me van iedereen in de wereld het liefst zou zijn. Ik ben niet de enige in mijn familie. Mijn oom besloot ook geen kinderen te krijgen. Dat was nadat hij mij als kleuter gillend en huilend door de kamer zag rennen, mijn vader met een injectiespuit achter me aan. Ik weet er niks meer van, maar hij vond dat heftig.

Elke keer als ik een stralende diabeet tegenkom die met een strak regime een prachtige baby heeft gekregen, knapt er iets in mij. Mijn gevoel wil best kinderen, en ik voel me verslagen als ik bedenk dat ik er eigenlijk al te oud voor ben, zeker als diabeet. Het is puur mijn verstand dat spreekt, en het zou goed kunnen dat mijn verstand niet bij zijn verstand is. Dat ik de verkeerde keuze maak. Maar zeg nou zelf. Ik heb geen partner, geen regelmatig inkomen en ik woon in een achterstandsbuurt. Misschien zou ik een prachtig, gezond, blij kind krijgen en de meest trotse moeder ter wereld zijn. Maar dan nog. Niemand, echt niemand, verdient het om tussen Poeptrut en Voetbalvandaal te wonen.

Eerder verschenen op MyDiabetesDigital.com  

Because we can

Last Christmas, my friend and I fled the house on Christmas day. He drove into our favorite supermarket’s parking lot. It was rather alarmingly full; the supermarket was open. On the 25th of December! (This, dear Dutch politicians, was in Sweden, so don’t sweat your Calvinistic pants off.) I asked why he’d driven here. We didn’t really need any groceries. ‘Because we can!’ he answered happily.

300px-Vacanti_mouseScientists probably don’t do things just because they can. (‘But WHY would you want to grow ears on mice?’
– ‘Because we can! Plus, doesn’t Vincent look cute like this?’) Scientists do what they do clarify, to find out, to explain, to structure, to ascertain, to detect, to define, or to improve, to change, or even to question.

 

Because of science, children born today may easily live to a hundred. Life expectancy increases because medical problems are solved, and we are getting better and better at slowing down cell decay. This is the result of many studies and experiments. Probably all conducted for better reasons than ‘because we can’: to cure prostate cancer maybe, to grow new healthy cells to replace faulty ones, or to find a better way to suppress chronic pain. Why would we use old-fashioned painkillers if there are state of the art drugs? It would be stupid not to. It’s called development. Bloodletting was once very popular, but now we have better methods. So we use them, because we can. But does that mean that we always must?

If we can get older than Methuselah, does that mean that we have to? And what if I don’t want to? Personally I don’t see much use in ever increasing life expectancy. (Most old people I know complain that they have seen it all. Been there, done that, and why would they want to buy the t-shirt? They’ve got more clothes than they can possibly wear and these days shirts are not what they used to be anyway.) But the same friend who went shopping with me on Christmas day would gladly live to a thousand, because he’s afraid to die. I say it’s just avoiding the unavoidable, he says its development. He doesn’t really want to be old though. He’s hoping scientists will find a way to pause life at 20, so he would be in his twenties both physically and mentally for the rest of his life. For ever pushing off having to border by one day, one more day, time and time again. For ever and ever.

I have no urgent death wish myself, but to live on and on? No thanks. What if the grand total of all this clarifying, finding out, explaining, structuring, ascertaining, detecting, defining, imbored 800 year old twenty-somethings refusing to die, denying new humans a chance to be born? And to what use except ‘because we can’? Wanting the best, longest, most fulfilled life you can have is understandable. So is fear of death, but is the solution really to stretch the limits of life? I  think not.

-Growing-old-is-inevitable,-growing-up-is-optional.-M.I.L.K.-Muller wenskaarten.nl-30My friend’s ‘because we can!’ sounded funny and snappy in that parking lot. But we didn’t need to be there, we didn’t want anything from the shop, and once in there I felt rather silly and empty. The same goes for stretching life expectancy to the max. It sounds good, but is it really necessary? Many children are afraid of monsters under their beds, but most of them outgrow their juvenile fears. Many people never outgrow their fear of death though, and they use science as their safety blanket. With the blanket, they can defy or even conquer death. I say it’s time to grow up, face our fears, and have the guts to die.

Because we can.

Practice what you preach

Last year, I got a giant pill of inspiration. Afterwards, I was sky-high on hope and ideas. You too can get one of those pills, on April 8th. All you have to do is get an invitation to TEDxNijmegen, sit back, and let it happen. Meet mad-but-brilliant scientists, people who do manage to jam square pegs into round holes and doctors who not only think outside the box, but use the box to get one step closer to the sky, and what fool said THAT was the limit anyway?

You’ll go home as I did. I was going to change the world. Well, at least my own world. Some parts of it, anyway. I was going to be a health 2.0 advocate, a pioneering patient as a partner, and of course social media would improve healthcare no end, from the back office to the broom cupboard and preferably my doctor’s consulting room too. I was going to start small. One hospital, one department at a time.

I had two ideas.

One: I wanted to be able to make appointments with my endocrinologist like I do with my dentist: I get a link through email (although I understand that’s, like, soooo last century already), I pick the date and time that suit me best, all online, no waiting rooms, no queues, no assistants with bad hair days and moods to match. Begone with the ‘doctor’s got time for you in….four months. Monday. Five past 8. Next option is…sorry, the system is a bit slow today…in …six months. ‘But I was told to come back in three weeks!’ ‘Sorry. Computer says no…

 

Two: I was going to suggest virtual meetings. I’m always slightly miffed when I have to wait for more than half an hour before I am ushered in and thrown out of the doctor’s office withing 10 minutes. Could do that from home. Through Skype, maybe. Web cam on, no fuss, no travel, no waiting room blues, save us all time and trouble, probably cheaper and more effective too, etcetera etcetera. Later on, I learned that there’s something called Facetalk, a virtual consulting room. Yes please, I’ll have one, don’t bother to gift wrap it.

So I asked my endocrinologist what he thought about the electronic appointment idea.

‘Not if I can prevent it’, he said. ‘We have enough to do as it is.’ ‘But it would make things easier! I mean, my dentist uses it, why not the hospital?’ But he didn’t want to talk about it any more.

Maybe I shouldn’t have asked him about idea two, but since it might be a couple of months before I’d see him next, I did it anyway. ‘And how about virtual appointments? For routine talks, or when I have an urgent question? ‘Over my dead body’, the doctor said. ‘It’s not safe, and I’d be buggered by patients all the time! Besides, there are more than enough ways to contact us if you need to’ Which is true; they’ve got telephone hours (every morning between 8 and 10 and don’t you dare call five minutes late), email (‘we’ll try and answer you within 24 hours) and, ehm, fax. (People born after 1980: this is how it works) I didn’t dare say any more on the subject. I felt powerless. If not even my own, friendly, pragmatic doc would listen, what more could I do?

I still believe both of my suggestions are relatively easy to implement and easy to use. They would be small, but very useful improvements for me and the hospital. And surely it could be organized in a safe way? My hope, my inspiration and my optimism have faded away and it’s time I got a new inspiration pill. I would also like to give one to my doctor. A whole new load of great speakers will take their place on the famous red spot and deliver their TED-talk on april 8th in Nijmegen. I would like to ask all of them one thing:

Please, mad-but-brilliant scientists, square peg-jammers, box-climbers and sky chasers: how do I practice what you preach?

The best ideas, after all, are the ones that stop being ideas and become practice. So, show me the way!

Kamasutrabeurs: erotische speeltuin voor volwassenen

Om te beginnen: ik moet iets bekennen. Ik ben een beursmaagd. Ik ben nog nooit op de Kamasutrabeurs geweest. En ook niet op de huishoudbeurs, de vakantiebeurs of de botenbeurs. Geen idee dus wat ik moest verwachten, niet van het aanbod en niet van het bezoekerspubliek. Zou ik uit de toon vallen zonder hoge hakken en latex pakje? Het viel mee. Het publiek op de Kamasutrabeurs is net zo divers als dat in de supermarkt.

Een man die ’s ochtends tegenover je in de trein zou kunnen zitten bindt er geblinddoekte en geknevelde dames vast aan enorme bamboepalen en hijst ze dan omhoog. Hij heeft trouwens dezelfde lelijke bruine sokken aan als in de trein. De buurvrouw van twee huizen verderop wordt vandaag door haar echtgenoot uitgelaten aan een soortgelijk riempje als dat van hun hondje. Er lopen hooggehakte dames, bedaagde (…) oudere mannen, giechelende groepjes vriendinnen, en stelletjes (m/v, v/v, m/m) die samen een nieuw speeltje uitzoeken. Met een beetje pech kom je er je schoonouders tegen. In travestie.

Er zijn mensen met spasmes die in de uitverkoopbakken lingerie graaien, mensen met blindenstok die zich prima vermaken bij het sm-podium, en rolstoelers. En waarom niet? Mensen met een chronische ziekte of handicap hebben seksuele behoeftes als iedereen. Maar begrijpt de sekssector dat? En hoe wordt daarop ingespeeld? Met die vraag ging ik de beursvloer op.

Onbegrip
De man van de dvd’s begreep mijn vraag niet helemaal. Hij vroeg me of ik bij die mevrouw in die rolstoel hoorde die zojuist hier was. Hij me gaf me daarna twee gratis dvd’s omdat ik ‘een beperking’ had. Ik zocht nog naar een gevat antwoord, maar hij had al afscheid genomen met een hartelijk ‘dag schatje’. Mail vooral de redactie als je belangstelling hebt voor ‘Extreme Sex Techniques’ of ‘Hardcore Female Self Satisfaction’.

De man van ‘de Swinger’, een leren hangmat (nu voor de speciale beursprijs van maar 279 euro) met daaraan een op afstand bedienbare reuzenvibrator (niet inbegrepen), vond het maar een rare vraag of het ding geschikt was voor mensen met een lichamelijke beperking, en of die voorkwamen in zijn klantenkring. ‘Natuurlijk. Je hoeft alleen maar te gaan liggen, toch?’ Schat, heb jij de afstandsbediening gezien?

Gelukkig waren er ook mensen die verder dachten dan hun korte leren broek. De dame van een van de stands met speeltjes dacht dat bijvoorbeeld apparaten met een gat in plaats van een normale handgreep (bijvoorbeeld de Lelo Soraya en Alia en de WeVibe 2) wel eens handig konden zijn voor sommige mensen, omdat ze makkelijker vast te houden zijn. Er zijn ook steeds meer speeltjes met afstandsbediening, die je vaak ook nog eens kunt opladen.

En, lang leve de webshop: je hoeft er de deur niet voor uit. Op sites als www.miranda.nl , www.mailfemale.com en natuurlijk www.christineleduc.nl kun je shoppen vanuit huis. Voordeel van zelf naar de winkel gaan is dan weer dat de meeste verkopers (in ieder geval de mensen die ik sprak) veel weten te vertellen over hun koopwaar en dat met plezier doen.

Tussenoplossing: laat de winkel bij je thuis komen en organiseer een erotische homeparty. Op de beurs stonden de dames van Braaf en Stout, (er zijn natuurlijk meer aanbieders), die behalve hun ‘gewone’ party’s ook vijftig tinten grijs-feestjes geven – mét alle speeltjes die in de boeken voorkomen. Inclusief de nu algemeen bekende Grey-stropdas. Handig, leuk en vooral lekker voor als je moeilijk de deur uitkomt, geen zin hebt om je in de kou naar buiten te begeven, of geen behoefte hebt aan een postbode die je met een pokerface een discreet verpakt pakketje overhandigt.

Er waren trouwens opvallend veel ‘massagestaven’ te zien. En dan niet van het soort dat vroeger in de Wehkamp-gids stond; crèmekleurige marmeren zuilen die modellen met ingetogen blik tegen hun nek hielden. Iedereen wist dat dat níet de plek was waarvoor ze bedoeld waren. Tegenwoordig zijn ze dat wel. Er bestaan handzame kleintjes zoals de tantrabeam (www.tantrabeam.nl), een massageapparaatje dat om jouw hand of die van je partner gaat. In te stellen van betonmixer-hard tot subtiel stimulerend. Aan de andere kant van het spectrum zijn er die zo groot zijn dat ze meer op een kruimeldief lijken, en die écht niet bedoeld zijn voor intern gebruik. Fijn voor als je spieren vastzitten (ik ben drie keer langs de stand gelopen), maar weer niet als je zenuwpijn hebt, of zelf zo’n stofzuiger niet op kunt tillen.

Sfeerverhogers en lustopwekkers
Sommige mensen hebben wat meer nodig om in de sfeer te komen, om opgewonden te raken of om klaar te komen. Daarvoor heeft de beurs vele stands met lustopwekkende kaarsen en massageolie in nog meer vormen, smaken, geuren en kleuren. Er zijn kaarsjes te koop waarvan je het gesmolten kaarsvet als massageolie kunt gebruiken. (Bleek ook fijn te zijn voor mijn droge handen.) Voor wie al in de juiste stemming is maar wel wat hulp kan gebruiken is er is een keur aan glijmiddelen. Er is voor iedereen wel iets geschikts te vinden, maar je moet niet aan keuzestress lijden.

Natuurlijk waren er blauwe pilletjes, hier Libidoforte geheten en in mannen- en vrouwenversie te koop. Volgens de verkoopster ‘handig bij droogheid’, en ‘helemaal natuurlijk’. Volgens het foldertje: ‘een 100% natuurlijk voedingssupplement dat kan leiden tot veel meer en langer plezier in bed’, ‘langduriger erecties en vaker climax voor mannen en vrouwen.’ Een ander interessanter mengseltje (verkoopster: “ik druk het misschien wat plat uit, maar hier word je echt bloedgeil van) genaamd sex opium liquid belooft wonderen, maar zoals bij wel meer middeltjes is de bijsluiter onverbiddelijk: ‘Niet te gebruiken bij hart- en vaataandoeningen, hoge bloeddruk, diabetes, glaucoom, schildklier-, nier- of prostaatproblemen.’ Laat dat nou net aandoeningen zijn waarbij je wel eens een oppepper kunt gebruiken.

Je yoni op de muur
De mensen die echt enthousiast raakten als ik ze vroeg wat zij konden betekenen voor mensen met een ziekte of handicap, waren de fotografen. Fotograaf Bub Klein van studio Glamour Vision vertelde dat zijn vriendin oncoloog is, en dat hij dus goed weet dat een ziekte je gevoel van eigenwaarde en schoonheid behoorlijk kan verminderen. Maar met goede belichting en accessoires is veel mogelijk, ook erotische foto’s. Met stoma of zonder op de foto? Uit je rolstoel of erin? Bub: ‘Het is een deel van je leven. Zonder dat deel was je er misschien niet. Ook met een stoma, pomp, rolstoel of litteken kun je mooi op de foto, maar als je het niet wilt, regelen we het zo dat je het niet ziet.’

Ben Kruijt, die zichzelf fotoloog noemt, heeft in zijn portfolio op de beurs prachtige foto’s van model Engel. ‘Zij zit in een rolstoel, maar klimt kontje voor kontje de trap op’, verklaart hij bijna trots. Met stoel, zonder stoel, onder de stoel zelfs; kinky, romantisch, maar zonder uitzondering sterke foto’s van een vrouw met een handicap.

Wie het graag nóg persoonlijker maakt, laat een yonibloem maken: een foto van je vagina in een bloem verwerkt. Heel duidelijk of bijna niet te zien. Mannen kunnen een lingamfoto maken, en stellen kunnen de twee tot één foto laten verwerken. Ook hier bestaat de mogelijkheid tot artistieke naaktfoto’s en wordt er rekening gehouden met beperkingen – als je dat wilt. Voor wie het niet gek genoeg kan: ‘Pricasso’ schildert je portret – met zijn penis. De dvd van het scheppingsproces krijg je erbij.

Actie en overgave
En wat nou als je gewoon echt harde actie wilt? Als je niet zo lenig bent als die mevrouw die daar op het podium, in folie gewikkeld met kaarsvet, zweepjes en naalden bewerkt wordt, maar zoiets – misschien iets minder extreem, maar toch… – best een keer wilt proberen? Kan dat, en is het verantwoord?

Leven met een chronische ziekte of handicap betekent vaak constante controle: over hoe je leeft, wat je eet, of je medicijnen wel op tijd inneemt. Misschien is het dan wel fijn om jezelf eens helemaal over te geven aan iemand. Ik vroeg het de meneer met de bruine sokken, die (in ieder geval deze beursdagen) deel uitmaakt van het team van meesteres Rowena.

‘Er zijn hoeren met een zweepje die denken dat ze aan sm doen. Er zijn ook mensen die het leuk vinden om grapjes uit te halen met nieuwelingen en ze uit te proberen. Die gaan dan te ver. Je moet ook nooit zo maar naar iemand toe gaan. Het gaat om respect. En om de drie v’s: veiligheid, vertrouwen en vrijwilligheid. Maar als je een klik met iemand hebt, en aangeeft wat je wel en niet wilt en kunt, dan kun je ook met een ziekte of handicap een sm-sessie ondergaan. Trouwens, sm en seks is niet hetzelfde. Veel mensen denken dat. Aan een sm-spel hoeft geen neuken, beffen of pijpen te pas te komen.’ Waarvan akte. Sommige meesters en meesteressen geven ook telefonische en webcamsessies: Google is your friend!

Lijkt overgave je fijn, maar gruw je bij de gedachte aan dominante spelletjes, dan kun je denken aan een (erotische) massage. Op de beurs stonden mensen van DifferentTouch-DifferentMind. Hun ‘instituut voor massage, intimiteit en relatie’ verzorgt massagecursussen, – workshops, individuele sessies en privéles in verschillende soorten intieme massage, waaronder aanraken&ontvangen en tantrische massage. Ze komen helaas niet bij je aan huis, maar er zijn ook op dit gebied gelukkig meer aanbieders.

Speeltuin en supermarkt
Na een paar uur rondscharrelen tussen de kraampjes met lingerie, battery-operated boyfriends, sieraden, lederwaren, kaarsen, pilletjes, kunst etcetera etcetera, is het wel duidelijk: de Kamasutrabeurs is een kruising tussen een speeltuin voor volwassenen en een erotische winkel. Er is, ook als je een ziekte of lichamelijke beperking hebt, van alles mogelijk, maar natuurlijk is niet alles lekker of geschikt voor iedereen. Net zoals je in de supermarkt misschien categorisch langs de chipsafdeling loopt of allergisch bent voor pinda’s en ze dus nooit koopt, loop je op deze beurs misschien snel langs heftiger shows, ben je allergisch voor latex, of laat het hele vijftig tinten grijs-gebeuren je koud. Dus wat je ook hebt, waar je ook warm voor loopt: ook voor jou is in deze reuzensekssupermarkt iets leuks te vinden.

Geschreven voor Leefwijzer.nl (januari 2013)

Eigen schuld

Er zijn mensen met diabetes die met weinig moeite goed ingesteld blijven. Er zijn mensen die met goed opletten een heel eind komen. En er zijn mensen die, ook al doen ze nog zo hun best, er niet in slagen de boel op orde te krijgen. Hun dagcurves zien eruit als een achtbaan waar iedereen, altijd, groen uitgeslagen uitkomt. Het is met mensen met diabetes eigenlijk net zo als met je gewicht: sommige mensen kunnen eten wat ze willen en komen, ook al sporten ze niet, geen gram aan. Er zijn mensen die door redelijk gezond te eten en braaf te sporten, aardig op gewicht blijven. En er zijn mensen die nog niet naar een schijfje komkommer kunnen kijken zonder twee kilo aan te komen, vervolgens op dieet gaan, en evenzogoed, na een veelbelovende start, weer op hol slaan als een jojo met concentratieproblemen. Ja, ik weet wel dat jojo’ers veel ellende kunnen voorkomen door juist te stoppen met drastisch diëten, misschien hun levensstijl iets moeten aanpassen, maar bij hopeloze diabeten gaat dat in de meeste gevallen niet op. Ze hebben geen schuld. Ze doen niets verkeerd. Ze doen hun aller-opperbeste best, en toch wil het maar niet lukken.

Natuurlijk zijn er mensen met diabetes die strenger voor zichzelf mogen zijn, maar ik heb het hier over de categorie mensen die al zo streng voor zichzelf is dat ze een koolhydratenfobie ontwikkeld hebben, beginnen te trillen als ze een verpakking stripjes opentrekken, en met de moed in hun schoenen, verslagen, timide voor hun internist staan: weer niet gelukt. En als het bij die laatste categorie mensen fout gaat, dan is het einde zoek. De normaal al ontregelde diabeet is nu ontregeld in het kwadraat. De meter geeft alleen nog schaamwaarden aan. En waar ligt het aan? Geen idee. Hormonen? Aangekomen of juist afgevallen? Een geniepige ontsteking? Is het stress, of zijn het soms aardstralen? Niet dat de gemiddelde kangoeroediabeet (boing, boing…) daarin gelooft, maar alle andere mogelijkheden zijn bijkans al afgevinkt. En omdat zelfs de diabetische mens soms nog in de waan verkeert dat alles te regelen is, alles te controleren is, alles te verbeteren is (en als je mislukt heb je niet hard genoeg gevochten. Dus ten strijde!) zet de kwadraatontregelde diabeet bij wijze van guerrilla-offensief de wekker ’s nachts om de twee uur, eet de achtbaandiabeet elke dag op precies dezelfde tijd precies hetzelfde, en haalt, nog niet verslagen, oh nee, als ultieme maatregel De Weegschaal tevoorschijn. Niet die waar je zelf op gaat staan, nee, de keukenweegschaal. Zo’n ding dat andere mensen gebruiken om ingrediënten voor cake en dergelijke af te wegen, maar hoeveel koolhydraten zitten er in hemelsnaam in een plakje zelfgemaakte cake? De stuiterdiabeet kijkt wel uit. Weegt mijn plakje brood 30, 32 of 36 gram? Het zou weinig moeten uitmaken, maar de weegdiabeet weegt, meet, en ploetert voort. De hopeloze diabeet weet ook wel wat voor narigheden ontregelde diabetes met zich meebrengt, maar de nachtmerries zijn een al lang gepasseerd stadium. Nog maar zelden wordt de discodiabeet ’s nachts plakkerig van het zweet wakker met een hoofd vol angstvisioenen, hoewel ze altijd als een oranje stoplicht op de achtergrond blijven knipperen. In een constante staat van strijdbare verslagenheid gaan ze door, leven ze verder in een wereld waarin anderen wel slagen. Wie weet wie de geslaagde flierefluiter is, en wie de verbeten ploeteraar?

Zoals die wanstaltig dikke vent op de bank achter de tv twee huizen verderop misschien geen luie veelvraat is maar een eenzame man met een rotziekte die wel naar buiten wil maar het niet kan, zo is de ontregelde diabeet misschien geen mislukt persoon die niet hard genoeg vecht, maar iemand die elke minuut van de dag met kapotte wapens een al verloren oorlog voert.

Eerder verschenen op Mydiabetesdigital.com

Net als in de film

In het dagelijks leven bestaan er drie soorten diabetes. Type 1, type 2 en zwangerschapsdiabetes. Tegenwoordig schijnt ook prediabetes erg hip te zijn, maar dat ontaardt met een beetje pech in type 2 en krijgt van mij dus geen eigen categorie. Als geroutineerd type 1 diabeet voel ik me altijd een beetje ongemakkelijk als ik films of tv-series zie waarin mensen met diabetes voorkomen. Op de een of andere manier gaan ze altijd dood of komen ze in de problemen door hun ziekte. Zelf ga ik natuurlijk ook dood, daar is geen twijfel over mogelijk, hoewel het hoe en wanneer hopelijk nog lang onduidelijk blijven. In problemen raken doe ik ook wel, maar daar heb ik mijn diabetes niet voor nodig. Ik wil dan tegen zo’n scriptschrijver schreeuwen: “Maar zo gaat het helemaal niet! Zo is het niet! Wat weet jij er nou helemaal van, een beetje oordelen en stereotyperen!” Ik ga op onderzoek uit, en wat blijkt: ook in films en tv-series zijn er, ruwweg, drie types diabeten.

Type 1: de eigenwijze diabeet
Komt voor in Chocolat (2000) en Mine vaganti (2010). In beide films sterft een rebelse, eigenwijze (groot)moeder met een vilein gevoel voor humor al dan niet gepland want schoon genoeg van het suikervrije leven, na het eten van een overdaad aan zoet voedsel. En iedereen weet: mensen met diabetes mogen geen suiker. Eet de eigenwijze diabeet wel suiker, dan gaat-ie dood. Zo simpel is dat, in de film. In Soul Food (1997) is het mama Joe die met haar, je raadt het nooit, soul food de familie bij elkaar houdt maar lak heeft aan een eigen dieet, met dramatische gevolgen. De eigenwijze diabeet komt ook vaak voor in ziekenhuisseries. Detectives lijken een verhoogd risico op type 1 te hebben: Wallander en inspector Morse zijn ook eigenwijze diabeten die niet naar hun dokter luisteren. (Morse gaat in zijn boek zelfs dood aan diabetes. In de film is het een hartaanval, maar het een hoeft het ander niet uit te sluiten.) Zie je wel? Eigenwijs.

Type 2: de diabeet in moeilijkheden
Opgesloten, ontvoerd of verdwaald, maar altijd in een noodsituatie en je zal net zien: geen insuline en/of suiker bij de hand. Balen. Komt voor in onder meer Panic Room (2002), waarin een moeder en haar diabetische dochter een ‘veilige’ afgesloten kamer in vluchten als ze door misdadigers belaagd worden in hun nieuwe huis. Ook te zien in diverse misdaadseries: ontvoeringsslachtoffer dreigt pijp uit te gaan voor losgeld betaald is. Onhandig. Zie bijvoorbeeld Derailed (2005)
In Lassie: peace is our profession (1970) is het zelfs een hond met diabetes die in de problemen raakt. Filmdiabeten in problemen worden vaak gered (suikerhond Sparky als enige door held Lassie), behalve in Steel Magnolias (1989), want daarin gaat de diabetische, pasgetrouwde moeder Shelby (ook in die volgorde) helaas wel dood na een niertransplantatie. Tja. Pragmatische, ondramatische en zelfredzame mensen met diabetes zijn natuurlijk ook waardeloos voor een goed verhaal. In The godfather: part three zorgt diabeet Michael Corleone vooral voor moeilijkheden. Uitzondering.

Type 3 is een duo: de dader en het slachtoffer van de insuline-overdosis
Verdient eigenlijk net als prediabetes geen eigen categorie, want noch de insulinemoordenaar nog het slachtoffer hoeft diabetes te hebben. In Reversal of Fortune (1990) heeft het slachtoffer van een insulineoverdosis wel diabetes. In het geval van Poirot’s The Case of the Missing Will (1993) is het de jaloerse huishoudster/ex-verpleegster die de fatale dosis toedient aan de rijke werkgever. Insulinemoorden komen ook voor in Baantjers De Cock en de moord op ome Arie (2000), maar de Arie in kwestie is crimineel en dan verdien je in films een rottig einde, nietwaar, en in Memento (ook al 2000, de millenniumwisseling heeft een goed diabetesfilmjaar opgeleverd!) gaat Leonard, die, na een overval waarbij zijn vrouw is omgekomen, last heeft van geheugenverlies, op zoek naar de moordenaar van zijn vrouw. Hij blijkt haar later zelf een fatale dosis insuline te hebben gegeven. Als mensen met diabetes geen dader of slachtoffer zijn, zijn ze toch verdacht vaak sidekick (Warlock, 1989), politieagent (No good deed, 2002) of militair (Meeting daddy, 2000). Waarom is me niet geheel duidelijk. Stop or I’ll measure your blood glucose! I warn you! I am armed…with a…a lancet, and I am not afraid to use it! Ehmm.

De complicaties van kijken naar filmdiabetes zijn: een gevoel van ergernis en ongemak, met kans op onbedwingbare snoepzucht. Gelukkig is er voor filmdiabetes al een oplossing: een ferme druk op de uitknop.

Eerder verschenen op Mydiabetesdigital.com

Manager

Een paar maanden geleden stond ik bij een station op iemand te wachten, toen een mevrouw naar me toe kwam. Ze vroeg of ik wat geld voor haar had. Nu voorzie ik mijn medemensen zelden van geld, omdat ik meestal geen contanten bij me heb. Als ik dat wel heb en ik kom iemand tegen die zegt dringend geld nodig te hebben, dan weet ik nooit goed of ik nou harteloos ben door de bedelaar te negeren, of dat ik iemands exotische hobby faciliteer als ik wel iets geef. Gokken, drugsgebruik of het eten van friet kapsalon voor vijf uur ’s middags, bijvoorbeeld. Dat gokken kan ik met een beetje goede wil nog zien als een slecht gemotiveerde poging om méér geld te genereren, maar drugs en kapsalons gaan me echt te ver.
De mevrouw in kwestie had geld voor eten nodig. Want ze had diabetes en een laag bloedsuiker. Ik zei dat ik dan wel iets voor haar had en gaf haar een flesje AA-drink, maar daar steeg haar bloedsuiker te snel van, zei ze. Ze wilde geen suiker, ze wilde brood. En wel nu. Ze was zonder geld, zonder gezelschap, zonder telefoon en zonder iets te eten van huis gegaan voor een ommetje, en werd overvallen door een hypo. Ik heb haar dan maar € 2 gegeven. Nooit zal ik weten of die mevrouw nou dom, of ik onnozel was.

Nog een paar maanden eerder, op een ander station, wilde ik wat te drinken halen bij de Albert Heijn. Er stond niemand achter de kassa; al het personeel stond bij een man van ergens in de twintig die vóór de kassa wazig voor zich uit zat te staren op een stoel. Op mijn vragende en wat verontruste blik antwoordde iemand dat de man in de winkel in elkaar was gezakt. Hij was blijkbaar overvallen door een stevige hypo. Ik vroeg of hij hulp nodig had van iemand die verstand van zaken had. Nee, dat hoefde niet, de man had van het personeel frisdrank en broodjes uit de winkel gekregen en begon al op te knappen.

De drang om een medediabeet te helpen, maakte plaats voor irritatie. Ik heb ook wel eens een hypo in het openbaar, maar ik heb altijd iets te eten of te drinken bij me. Ik vind dat je als volwassen persoon met diabetes zelf aansprakelijk bent voor je ziekte, inclusief hypo’s. Niemand solliciteert naar de functie van executive diabetesmanager bij zichzelf, maar als je die pet eenmaal draagt, heb je een baan voor het leven. Natuurlijk is het fijn als er zich een assistent manager in de vorm van een ouder, vriend of partner aandient, maar ligt de eindverantwoordelijkheid niet altijd bij jezelf? Als suikerbeest van huis gaan en er vanuit gaan dat je niets kan overkomen, lijkt mij nogal naïef. Erop rekenen dat anderen je problemen wel voor je oplossen ook. Ben ik te streng? Misschien. Ben ik jaloers? Een beetje wel. Ik moet altijd gewoon betalen in de supermarkt.

Eerder verschenen op Mydiabetesdigital.com

All in a day’s work

Op de facebooksite van de American Diabetes Association kun je foto’s uploaden. De ADA wil een ‘true picture of diabetes’ laten zien. Want, zo staat er: “For too many Americans, diabetes is thought of as minor hindrance rather than a life-changing disease. You know differently. You know the work, the worries, the struggles and triumphs. And we need you to help us show what a day in the life of diabetes is really like.”

Maar waarom staan er op dat mozaïek dan zo veel plaatjes van blije mensen, plaatjes waarop diabetes een overkomelijke bijzaak lijkt? Van zwangere buiken, sportprijzen en mensen die zichzelf glimlachend prikken? Dát is nou juist leven met diabetes als een ‘minor hindrance’. Terwijl het toch minstens even vaak een ‘huge pain in the ass’ is, pardon my french.

Natuurlijk kunnen mensen met diabetes ook leuk leven, zwanger worden, sporten en winnen. Het kost misschien wat meer moeite, maar het kan zeker. Voor mij vallen die zaken onder ‘triumphs’. Maar als je de kans krijgt om anderen te laten zien wat het écht betekent om diabetes te hebben, met de ups én de downs, dan verwacht ik toch meer foto’s van spuitplekken, volle wachtkamers, lege koekjesverpakkingen in bed, krijsende peuters die niet geprikt willen worden, en och, bijvoorbeeld een blinde met diabetes die er nog níet mee heeft leren leven en die niet juichend van vreugde verklaart dat dit een louterende ervaring is die hem de ware zin van het leven heeft doen inzien, maar die gewoon kwaad is over die rotziekte. Als ik mensen om me heen hoor, gaat een gemiddelde diabetesdag ongeveer zo:

Een uur voordat de wekker gaat, word je wakker met een knallende hypo. Je lijf is zwaar en onwillig, maar je sleept je naar je werk. Naar je gewone saaie rotbaan waar je je geld mee verdient, niet het werk waarover reportages in glossy magazines verschijnen. Met een kater alsof je de hele nacht op kroegentocht geweest bent, sleep je je door de dag. Je ziet wat wazig, dus tegen koffietijd heb je hoofdpijn van het turen. Rond lunchtijd zit je, ondanks al je goede pogingen, toch te hoog. Je gaat vrolijk door, want je wilt niet dat je baas het idee krijgt dat je geen volwaardig medewerker bent. Ondanks je verwoede pogingen je collega’s uit te leggen wat diabetes inhoudt, verkeren ze nog steeds in de veronderstelling dat er prima mee te leven valt, en als dat voor jou niet zo is, jij ‘dan zeker heel erge diabetes hebt’. Ze denken nog steeds dat je insuline nodig hebt als je een hypo hebt en kijken je schuin aan als je een koekje (met suiker!!!) pakt. Eenmaal weer thuis is het enige dat je wilt op de bank hangen, de sportschool moet maar wachten. Je sleept je naar de keuken om eten te koken, even meten, wéér doorgeschoten, je vroeg je al af waarom je al voor de derde keer over de kat struikelde, en maakt de koelkast open. Ok. Gezond. Niet te vet, niet te veel calorieën, niet te veel snelle koolhydraten, eigenlijk mogen er wel een paar kilo’s af maar dat red je nooit voor je volgende afspraak bij de internist, en met zulke waarden als deze week verschijn je toch al met schaamrode wangetjes bij de dokter. Je partner heeft een vergadering die uitloopt en je ligt al lang op een oor als er naast je in bed iemand neerploft die al even weinig puf heeft in een passionele vrijpartij als jij. Dat artikel over seksproblemen bij mensen met diabetes in het diabetenbondblad was trouwens toch al niet erg lustopwekkend. Na die uitschieter vanmiddag heb je veel water gedronken om de boel goed door te spoelen, dus moet je ’s nachts drie keer naar de wc en slaap je slecht. Om zeven uur gaat de wekker weer. En van dát moment wil ik dus een foto.

Eerder verschenen in My diabetes digital

De litanie van de welwillende uitkeringstrekker

Dit zijn een paar stukken die ik al jaren geleden schreef. Ik wilde ze niet op mijn website plaatsen, omdat ik vond dat ze wat zwartgallig waren, en omdat ik me niet wil profileren als uitkeringstrekker. Daar schaam ik me namelijk voor. Maar nu meneer Asscher het idee heeft opgevat om alle bijstandstrekkers naar het uitzendbureau te sturen omdat ze ‘de sollictatieplicht te licht opvatten’ (zie http://www.nu.nl/economie/2964194/asscher-wil-bijstandsontvanger-uitzendbureau.html) ben ik (tijdelijk?) de schaamte voorbij; hier komt de litanie van de welwillende uitkeringstrekker.

Een tijd geleden liep mijn frustratie over het toe zijn aan een nieuwe uitdaging/op zoek zijn naar een leuke klus/even pauze nemen nogal hoog op. Ik heb toen een paar stukken geschreven over mijn ervaringen. Nu ook hier! Komt-ie:

Werk.nl

Werk.nl. Leuke site. Van het cwi. Ik probeerde zojuist in te vullen dat ik tegenwoordig bureauredacteur bij een vertaalbureau ben. Dat lukte niet. Je kunt wel manager vertaalbureau zijn. Of bureauredacteur radio. Je kunt zelfs, en vraag me niet hoe ik daar achter kwam, castagnettenspeler zijn. In twee varianten: klassiek en modern. Ja, geen wonder dat je dan bij het cwi moet zoeken, als je vak castagnettenspeler is. Terwijl er volgens mij heel wat bureauredacteurs zijn bij nog veel meer vertaalbureaus. Of medewerkers vertaalbureau, maar dat kun je bij het cwi ook niet zijn. Lieve mensen van het CWI, ik wil echt graag werken. Waar kan ik me laten omscholen tot castagnettenspeler?

U heeft 1 nieuw bericht

Ik sta natuurlijk ingeschreven bij verschillende werksites. Bij de meeste is het inschrijven al moeilijk, omdat ze graag willen dat je met je opleiding en je werkervaring in een hokje past. Moet dat hokje er wel bij staan natuurlijk. Maar goed, ik sta ingeschreven. Dat niemand zegt dat ik het niet probeer. Af en toe vraag ik me af of die sites net zo hun best doen als ik -ik betwijfel het. Als het cwi een mailtje van 8mb stuurt hoef ik ´m niet eens te openen, dan is het deze:

Geachte mevrouw,

U hebt aangegeven dat u regelmatig op de hoogte wilt worden gehouden van het vacatureaanbod op werk.nl. Met de e-mailservice ontvangt u de nieuwste vacatures die passen bij uw CV op werk.nl. Hierbij sturen wij u de zoekresultaten van onze e-mailservice voor uw CV met gebruikersnaam ******* over de afgelopen 5 dagen. Het aantal resultaten is ingesteld op maximaal 15. Hoe vaak u vacatures wilt ontvangen en hoeveel per keer, kunt u instellen onder het kopje ‘E-mailservice’ in uw CV onder ‘Bescherming persoonsgegevens, e-mailservice en RSS-feed’. Helaas zijn er geen nieuwe vacatures gevonden die passen bij uw CV. Wanneer dit meerdere malen achtereen gebeurt, kunt u eventueel de wensen in uw CV aanpassen. Log daarvoor in op www.werk.nl en klik op ‘CV aanpassen/bekijken’. Breid bijvoorbeeld het aantal door u gewenste beroepen uit of vergroot de straal of het aantal regio’s waarin u werk zoekt. Met vriendelijke groet, Het werk.nl team. Let op: dit bericht is automatisch verstuurd, u kunt hier niet op reageren.

Er was eens

Lang geleden, toen ik net …boventallig gemaakt was… ja, ja, ok, gehoord had dat mijn contract niet verlengd zou worden dan…meldde ik me bij het cwi om ze te vragen me steun te verlenen in moeilijke tijden. Ok, ok, om een uitkering aan te vragen. Ik heb toen dit stukje geschreven. Mijn excuses voor de licht pessimistische toon, ik voelde me ietwat teneergeslagen.

Ik was gisteren bij het cwi. Kwam terug en ben uitgeput en gedeprimeerd mijn bed in gedoken. Dit was wat er tussen het heen en het terug gebeurde: Fiets fiets fietserdefiets wat leuk die groene dingseltjes aan de bomen, wat ruikt het lekker buiten, gaan we vandaag eens wat dingen regelen en het komt allemaal wel weer goed! Ik kan, ik kan, ik weet niet wat ik kan maar ik kan het! Parkeer fiets voor inlelijk gebouw cwi. Stap vol goede moed naar binnen. Hallo, ik wil een uitkering aanvragen, het zou kunnen dat ik alweer recht op ww heb, dat weet ik niet, maar ik heb daar en daar gewerkt en dan en dan word ik weer werkloos. Nee, dat is niet de complete lijst, ik heb ook nog daar en daar gewerkt en wel toen en toen. Ja, kan er niks aan doen dat dat niet in uw lijst staat, het staat wel in mijn lijst. Goed, dan wacht ik wel even. Zet mij neder en wacht. De Telegraaf lezen is geen optie. De huisregels ken ik al, zij mogen alles en ik mag niks was geloof ik waar het op neer kwam. Lees een folder over Groningen@Work plus, een programma dat ongeveer inhoudt dat iedereen die nog geen dertig is verplicht zes weken wasknijpers moet gaan vouwen bij de dienst sociale werkvoorziening, zogenaamd om het arbeidsritme er in te houden maar volgens mij uit puur sadisme. Je kan ook nog begeleiding krijgen in solliciteren, weer naar school gaan of een cursus volgen. Iemand roept om mevrouw E., ik herinner me net op tijd dat ik dat dan wel zal zijn, en kom oog in oog te staan met een waarschijnlijk toch zeker licht homoseksuele chimpansee. Chimpansee blijkt medewerker cwi die me uitlegt dat ik geen recht heb op ww en dat ik dus bijstand mag aanvragen. Daartoe dien ik dan wel eerst een voorlichtingsbijeenkomst bij te wonen, en dat kan alleen op donderdagen. Ja, dat moet, ook al heb je nog niet lang geleden een bijstandsuitkering gehad. Anders kunnen we de aanvraag niet in gang zetten. Ja, vervelend dat je dan werkt, zeg, nou, kom over een maand dan maar terug. Oh, je hebt geen zin om weer drie maanden te moeten wachten op een beslissing. Nou, dan kan het vanmiddag. Kan je vanmiddag? Mag ze vanmiddag? Ze mag vanmiddag. Verlaat gebouw, fiets door stad, wees gedeprimeerd. Anderhalf uur later: parkeer fiets voor inlelijk gebouw cwi. Sluit aan bij groep andere voorlichtingsbijeenkomstbezoekers. Trap af. Het voorgeborchte is afgeschaft, dus dan moet dit de hel wel zijn. Krochtige kelderruimte met daarin een medewerker cwi (m) en een medewerker cwi (v), die of nog niet zo lang hier werkt of gewoon zo’n irritant blij en hulpvaardig persoon is dat ze, ook al heeft ze niets te doen, toch de medewerker cwi m bijstaat met diensten als punt 1, 2, 3 tot en met 1015 aanwijzen op het powerpointpresentatiescherm. Bijeenkomst verder samen te vatten onder de noemer: vertel me eens iets dat ik nog niet wist. Verlaat de binnenste kring van de hel en ga zonder de bank te passeren naar de medewerker van het cwi die de aanvraag met u zal doornemen. Medewerker vertelt dat ik bewijsstukken 1 tot en met 50081 moet inleveren volgende week donderdag, want dan hebben we een afspraak. Oh, je werkt dan en je wilt geen vrij nemen. Eh, ja, dat is nou lastig. Nou, lever het dan maar in aan de balie, als het maar voor volgende week vrijdag is. Schrijf ik dat even op dit formulier, draai ik even een kopietje ervan. Zet ik er wel even mijn stempeltje bij, dat ze daar weten dat je dit niet zelf bedacht hebt. Nou, fijne dag nog he? Bij thuiskomst linksaf richting slaapkamer geslagen, met kleren en al in bed gesprongen en de dekens over mijn hoofd getrokken.

Lief!

Een tijd geleden kreeg ik een brief van het CWI. Dat was mogelijk de grappigste brief ooit. Ik heb ‘m opgeborgen, met als gevolg dat ik ‘m nu kwijt ben -zo gaat dat. In die brief stond dat ik nu de kans had mijn loopbaan een enorme boost te geven. Misschien heette het een kickstart, of een geweldige aftrap, in elk geval was het iets in de categorie ‘laat maar horen.’ Ik kon (verwachtingsvolle stilte….nog even…..aaah, we willen het weten….) OPZICHTER IN DE BOUW worden. Of voorman, of werkvoorbereider. Echt. Dat kon ik. Moest ik me ergens aanmelden, en dan een opleiding volgen, werken en leren tegelijk, maar het CWI nodigde me van harte uit. Lief he? Vond ik wel. Toen ik uitgelachen was keek ik naar de eisen. Je moest:

  • lichamelijk gezond en sterk zijn (Diabeten met rugklachten en zonneallergie worden van harte uitgenodigd te reageren?)
  • een goede conditie hebben (ehrrr…..)
  • graag in de buitenlucht willen werken (zie eis 1)
  • technisch inzicht hebben (hier heb ik werkelijk geen zinnig commentaar op. Ik heb ooit eens een uur in Parijs rondgelopen op zoek naar mijn hotel. Later kwam ik erachter dat ik de kaart op zijn kop had gehouden en dat het hotel zich al die tijd om de hoek had bevonden.)

Maar toch lief dat ze aan me dachten.

Uitzendbureau

Vol goede moed (10/10) een lijstje gemaakt van uitzendbureaus (ongeveer 20) waar ik me in wilde schrijven. Als ik er per dag vier doe ben ik binnen een week klaar met inschrijven. Heel constructief, proactief en gemotiveerd, toch?

Voor uitzendbureau 1 heb ik als student wel eens gewerkt. Ze hebben behalve klussen van een dag ook medische experimenten in de aanbieding. Voor dat laatste bedank ik, maar klussen zijn klussen en werk is werk. (Als werkloze mag men immers niets weigeren indien men niet geboekstaafd wenst te worden als lui uitschot; aan den arbeid, schorriemorrie!) Hoewel ik met een dag afwassen bepaald niet uit de uitkering kom en ik het echt niet op mijn cv kan zetten is elke inschrijving er één. Misschien levert het toch wel wat op.

Uitzendbureau 2: ‘Hallo, ik wil me graag inschrijven.’ -Wat voor werk wil je doen? ‘Nou, ik wil alles wel doen, behalve callcenterwerk. -Ja, maar wat voor werk wil je doen? ‘Nou, alles wel, ik sta overal voor open.’ -Je moet echt wat specifieker zijn. Wat is je achtergrond? ‘Voornamelijk marketing, publiciteit en acquisitie, maar ik wil ook best administratief werk doen.’ -Wat voor studie heb je dan gedaan? ‘Kunst en kunstbeleid. Theaterwetenschap.’ -oh, op dat gebied hebben we helemáál geen werk. ‘Daar vielen dus ook vakken organisatiekunde en boekhouden en dergelijke onder, dus vandaar dat ik ook best administratief werk wil doen. Zoals ik al zei, ik wil alles wel doen, behalve callcenterwerk. Schoonmaken is ook prima, ik wil gewoon aan de slag.’ -Voor schoonmaakwerk hebben we wel mensen die daar beter voor opgeleid zijn, dus daar schrijven we je toch niet voor in. Nee, sorry. Succes verder he?

Uitzendbureau 3: ‘Hallo, ik wil me graag inschrijven.’ -opleidingsniveau? ‘Universitair.’ -oh, dan ben je veel te hoog opgeleid, dan kunnen we je niet inschrijven.

Uitzendbureau 4: ‘Hallo, ik wil me graag inschrijven.’ -Lijkt me niet. Wij doen voornamelijk in zwaar lichamelijk werk, stands opbouwen enzo. Daar lijk je me niet het type voor. ‘Maar misschien hebben jullie ook andere….’ -Nee, sorry, ik denk niet dat we iets voor je kunnen betekenen. Doeg!

  • Goede moed: 0/10
  • Aantal inschrijvingen: 1/4
  • Frustratie: 10/10