Als ik me echt rot voel, bijvoorbeeld wanneer er net een goede vriend overleden is, of als mijn fiets voor de derde keer in een week gestolen is, zet ik meestal het Benedictus uit het requiem van Mozart op en ga uitgestrekt op de grond liggen. Die muziek is mijn medicijn tegen elke rotbui, tegen elk groot verdriet. Muziek geneest. En als genezen niet lukt, dan leidt muziek altijd nog af van wat ons mankeert. Wat mij mankeert is diabetes, en ik luister vaak naar het Benedictus als ik terugkom van een bezoek aan het ziekenhuis.

Ooit had ik een internist die me opdroeg mijn nachtelijke insulinedosis drastisch aan te passen. Dat dat nodig was wist ik wel, maar ik woonde alleen en als het mis ging zou er niemand zijn om me te helpen, dus ik durfde niet te doen wat hij zei. Samen met de diabetesverpleegkundige bedacht ik een manier om de dosis toch te veranderen, maar op een voor mij veilige manier. Toen de internist dat hoorde, brulde hij: “Die zusters moeten zich niet bemoeien met mijn beslissingen! Ik ben hier de arts!” Vrij snel daarna ging ik op zoek naar een andere internist. Frustrerende ervaringen met dokters zijn helaas vrij normaal. En niet alleen in Nederland.

Een Servische vriendin die in ene hoge koorts kreeg en zich ontzettend beroerd voelde, ging naar de dokterspost voor hulp. In plaats van haar te onderzoeken, vroeg de dokter haar wat ze normaal gebruikte bij griep, en stuurde haar naar huis.

Een vriendin die voor de VN in Jordanië werkte, had last van vreselijke vaginale jeuk. Ze ging naar een legerarts en kreeg een zalfje. Het zalfje werkte niet. Ze ging terug, en kreeg weer een zalfje. Dat zalfje werkte ook niet. Ze ging weer terug, en vroeg of het niet eens tijd was om een kijkje te nemen in het getroffen gebied. En dat deed de arts, hoewel hij zich duidelijk opgelaten voelde. Later hoorde de vriendin in kwestie dat in Jordanië vrouwen meestal niet door mannen onderzocht werden. Dat had die man natuurlijk ook meteen kunnen zeggen. Dan had hij zichzelf de schaamte en mijn vriendin een hoop tijd en jeuk bespaard.

Erger verging het een vriend uit Zweden. Hij leed al jaren aan Colitis Ulcerosa, een nare darmziekte die een behoorlijk verhoogd risico op darmkanker met zich meebrengt. Hij bezocht de eerste hulp, omdat hij vreselijke pijn in zijn bovenbeen had. Het bleek trombose te zijn. Pilletjes erin, en dag maar weer. Zo ging het drie keer. “Hmm, ja, trombose. Hier, pillen, dag meneer!” Toen hij een paar weken later ernstige ademhalingsproblemen kreeg, werd hij met gillende sirenes naar het ziekenhuis gereden. Longembolie. De bloedprop in zijn been had besloten een tripje naar het borstkasgebied te maken. Het scheelde maar heel weinig of hij was eraan gestorven. Gingen alle alarmbellen af? Nee. Een bevriende arts wees hem erop dat de trombose en de longembolie een gevolg van levertumoren konden zijn. Dat gaf hij door aan zijn behandelend artsen, die niet op dat idee gekomen waren. Later bleek dat hij dikkedarmkanker met uitzaaiingen naar de lever en de lymfeklieren had, wat neerkomt op een doodsvonnis met behoorlijk korte opzegtermijn. Hij kreeg medicijnen die hij, bleek later, in zijn situatie helemaal niet had mogen krijgen, en werd geopereerd. De helft van zijn ingewanden werd verwijderd, en hij kwam tegen het plafond geplakt bij omdat iemand vergeten was hem pijnstillers te geven. Pas 24 uur later kreeg hij pijnstillers die voldoende werkten. Hij was daar ietwat geïrriteerd over (Zweden zijn nooit kwaad. Hooguit licht ontdaan), en stuurde klachten naar alle instanties die zich bezighouden met nog levende ontevreden patiënten. Er werd niemand ontslagen. Niemand gaf toe dat hij verkeerd gelezen, slecht gecommuniceerd of onjuist gehandeld had. Niemand bood excuses aan. Zijn favoriete filmpje is een presentatie van Brian Goldman met de titel ‘Doctors make mistakes. Can we talk about that?’ dat op www.ted.com te vinden is – maar vertel het aan niemand. Ze hebben liever niet dat je het weet.

Natuurlijk gaan er ook wel eens dingen mis omdat patiënten niet goed luisteren. Ze horen maar de helft van wat de dokter zegt. En er zijn nu eenmaal onwetende, domme en gewoon irritante mensen die op zaterdagavond naar de eerste hulp gaan met een verkoudheid waar ze al sinds dinsdag last van hadden. Of die telkens opnieuw de huisarts bellen en zich afvragen waarom de voorgeschreven pillen niet werken terwijl ze de instructies op de verpakking niet volgen. Dat is voor een arts ook niet leuk. En dokters worden nu eenmaal geacht niet uit te barsten tegen patiënten: “Oh, nee, meneer Janssen, bent u daar nu wéér? U was hier vorige week ook al. En de week daarvoor. Uw navel hóórt er zo uit te zien. U bent volkomen gezond. Zoek toch een hobby!’

Ik heb geluk. Mijn huisarts bekommert zich oprecht om zijn patiënten, en hij luistert. Ik ging er een keer heen met een rijtje klachten, ieder op zich niet ernstig genoeg voor een bezoek. Aan de eerste twee kon hij niets doen, maar ik hoefde me er volgens hem niet druk over te maken. Toen zei hij: ‘Ik hoop dat de volgende echt iets is’, en ik vroeg bezorgd of hij vond dat ik zeurde. Had ik niet moeten komen? “Jawel”, zei hij, “Ik vind het alleen zo vervelend als ik niets kan doen aan iemands klachten. Als huisarts wil ik mensen helpen dus ik hoop echt dat ik je vandaag toch ergens mee van dienst kan zijn.”

Voor iedereen, dokters én patiënten die wel een opfriscursus luisteren kan gebruiken: op de website van TED staat een filmpje met de dove percussioniste Evelyn Glennie. (Evelyn Glennie shows how to listen) En als afsluiter schrijf ik een helende dosis Buddy Holly (te vinden op youtube) voor. Die man had het in de gaten. Het nummer in kwestie heet Listen to me.