Ik wou dat ik een brave diabeet was. Zo eentje die iedere ochtend even laat hetzelfde ontbijt nuttigt en die in de supermarkt nooit eens bezwijkt bij de toetjes. Iemand die de hypokoekjestrommel niet leeg eet bij wijze van ontbijt tijdens een ochtend in bed met een boek. Brave diabeten liggen nooit de hele ochtend in bed. Die hebben dan al koffie gedronken, zonder koekje, ook al zat hun trommel nog wél vol en zitten er in hun trommel trouwens toch alleen vetarme suikervrije biologische volkorenbiscuitjes, en zijn daarna gaan joggen, of mindful gaan fitnessen. Ik geniet trouwens wel erg van die ochtenden. Later op de dag trek ik dan wel een sprintje naar de winkel om nieuwe koekjes te halen, dat zijn dan toch weer twee vliegen in een klap. Toch wou ik dat ik een brave diabeet was, zo eentje die elke week een dagcurve maakt om de internist te laten zien. En dan het liefst met waarden waarbij de internist niet bedenkelijk fronst en vervolgens verzucht dat we toch nog eens naar die basaalstand in de avond moeten kijken omdat ‘daar nog wel enige verbetermarge zit’. Maar ik gá wel braaf naar de interist. Ik laat me braaf lekprikken, lever braaf een plasje in, antwoord braaf en geheel naar waarheid op de vraag hoe vaak ik hypo’s heb. Als bonus stel ik heel proactief vragen en kaart ik problemen waar ik mee zit aan, ook al zijn ze nog zo genant. Maar laatst moest ik een afspraak afzeggen. Ik kon echt niet en belde, op tijd, om dat te melden en een nieuwe afspraak te maken. Ik schrok wel een beetje toen de eerstvolgende mogelijkheid drie, bijna vier maanden later was. Eerder kon echt niet. Die afspraak was vandaag, en ik vertelde de internist dat ik het toch wel vervelend vond dat ik nu pas terecht kon. Of het geen tijd was nog een internist in de huren. Nou, zei de internist, dat heeft geen zin, dan kan-ie gaan zitten duimen draaien. Want al die collegadiabeten waarvan ik dacht dat ze wél braaf waren, die kwamen namelijk en masse niet opdraven op hun afspraak. Dertig procent no show. Ruim een derde van de diabeten met een afspraak bij mijn internist komt gewoon niet. En het is toch echt een meelevende, constructief denkende man. En afbellen doen ze ook niet. En daarom kon ik pas dik drie maanden later dan ik gewild had terecht om mijn zonden, mijn zorgen, mijn wensen, mijn voornemens en mijn bloedsuikers te bespreken. Want ik kom wel, ook al weet ik dat ik geen brave diabeet ben en gaat het niet zo best, al doe ik dat wel. Mijn best, dus. Ik kom wel, ook al sta ik elke keer weer met zweethandjes van de spanning voor de ingang van het ziekenhuis. Nou vond de internist dat ik volkomen gelijk had en dat ik inderdaad eerder terecht zou moeten kunnen als ik me zorgen maakte.
Dus mocht ik over twee maanden weer komen om het jaarlijks gemiddelde toch een beetje op peil te houden. Ik tevreden. Tot ik bij de afspraakbalie kwam. Want de eerstvolgdende mogelijkheid voor een afspraak, het allereerste gat in de agenda, was vier maanden later. In die vier maanden zit mijn internist een derde van de dag wordfeud te spelen, op zijn bureaublad te droedelen en te kijken of de weegschaal toevalig minder aanwijst als hij zijn adem inhoudt omdat hij echt niet nog stiekem een paar spuiten kan pikken om darts mee te spelen in het systeemplafond. Hij mag niet eerder naar huis, want misschien komt de volgende afspraak wél en het staat ook zo slordig als er dan een briefje op de deur hangt met ‘Sorry. Had geen zin meer om te wachten. Ben naar het strand. Kom over vier maanden maar terug. Doei.’ Maar goed, in bepaalde opzichten ben ik dus wél een brave diabeet. Ik wacht namelijk braaf tot ik weer terecht kan.

Eerder gepubliceerd op Mydiabetesdigital.com