Er zat laatst een ooievaar bij mijn ouders op het dak. Mijn ouders wonen op het platteland, en daar heb je wel meer dingen die wij in de stad niet hebben, zoals buren die je naam kennen en rekening met elkaar houden. De mijne noem ik Poeptrut en Voetbalvandaal. Poeptrut heeft een hond die ze, met desastreuze gevolgen voor mijn regenpijp, alleen op het balkon uitlaat. Voetbalvandaal en zijn zoons vinden de ijzeren poort naast mijn huis het perfecte oefendoel. Elke keer als ze ‘scoren’ trillen mijn muren en schreeuwen ze ‘Jeeeeeeeeeeeej!’ Als ze missen en mijn slaapkamerraam raken is het ‘Sorry, hahaha!’ Maar nu paste ik een week op het huis van mijn ouders, en ik genoot van de vriendelijkheid en de rust, en van het samen met de buurvrouw de honden uitlaten.

‘Hee, kijk, een reiger’, zei ik toen ik de vogel op het dak zag. Niet omdat ik een stadsmens ben, maar omdat ik een nieuwe bril nodig heb en de oude niet op had. ‘Dat is geen reiger, gek, dat is een ooievaar’, zei de buurvrouw. Dat was geen verhuftering van de maatschappij; zo is de buurvrouw nou eenmaal. Ik mompelde iets van ‘Oh ja, nou je het zegt.’ Volgens mij zijn er in de winter geen ooievaars in Nederland, maar het beest was alweer gevlogen en misschien was dit wel een poolooievaar die in Nederland kwam overwinteren, of lag het aan de opwarming van de aarde. Je weet het niet.

‘Ben je zwanger?’ vroeg de buurvrouw. Ze is verpleegster en moeder en weet dus in beide hoedanigheden best hoe dat zit met de menselijke voortplanting. Ze wilde me gewoon plagen, ook al zoiets wat je bij mijn stadse buren niet kunt doen zonder risico op een voetbal door je ruit. ‘Nee. Dat beest zit op het verkeerde dak. Heeft zeker zijn tomtom niet bijgewerkt’, antwoordde ik.

Al heel lang geleden heb ik besloten dat ik geen kinderen wil. Nou ja, gevoelsmatig wel. Er ligt een lijstje met namen, ergens in een oud dagboek verstopt. Maar ik zal nooit moeder worden van Sterre, Malin of Jonas. Mijn bloedsuikers zijn er niet naar, hoe ik ook mijn best doe. Trouwens, zonder partner lukt het al niet. En ik wil geen kind met diabetes. Het is bon ton om te vinden dat je prima kunt leven met diabetes, en dat je met een beetje goede wil best zwanger kunt worden. Dat geloof ik ook best, het is alleen zo dat het mij maar niet wil lukken. Prima leven met diabetes, bedoel ik. Zwanger worden heb ik nog nooit geprobeerd en die ene keer dat iemand grapte dat hij een kind bij me ging verwekken ben ik heel kwaad geworden. Over zulke dingen maak je geen grappen. Ik krijg geen kinderen, punt uit.

De vrouwen in mijn familie hebben nogal de neiging diabetes te krijgen, en als het aan mij ligt houdt die traditie bij mij op. Mensen in mijn omgeving vinden dat vreemd. Het is helemaal niet zeker dat een kind van mij diabeet wordt, toch? Mijn broertjes zijn wel dyslectisch, maar kerngezond. En de vader is er ook nog, niet? En als die nou suikervrij is? Hoe groot is de kans nou helemaal? En stel dat, misschien ervaart dat kind het helemaal niet als zo erg. Stel ik me niet gewoon aan? Er zijn veel ergere dingen, hoor. Wacht maar tot die biologische klok gaat tikken! Je zou zo’n leuke moeder zijn! Ik mag me toch niet laten tegenhouden door zo’n kleine kans! Het kan nog best, je bent nog geen veertig! Er komt vast gauw een oplossing voor diabetes, en dan heb je spijt dat je het niet gedaan hebt!

Dat klopt vast allemaal. Maar ík wil geen diabeteskind op mijn geweten hebben. Ik veroordeel diabetische ouders niet; ik vind ze dapper en bewonder ze om hun moed. Gezonde ouders die hun gezonde kind zien veranderen in een diabetisch kind schrikken allemaal, en leren vervolgens al doende. Dat vind ik ook knap. Het hakt er toch behoorlijk in.

Maar ík vind leven met diabetes zwaar klote, ík kan er niet prima mee leven en ík weiger deze rotziekte door te geven aan iemand die me van iedereen in de wereld het liefst zou zijn. Ik ben niet de enige in mijn familie. Mijn oom besloot ook geen kinderen te krijgen. Dat was nadat hij mij als kleuter gillend en huilend door de kamer zag rennen, mijn vader met een injectiespuit achter me aan. Ik weet er niks meer van, maar hij vond dat heftig.

Elke keer als ik een stralende diabeet tegenkom die met een strak regime een prachtige baby heeft gekregen, knapt er iets in mij. Mijn gevoel wil best kinderen, en ik voel me verslagen als ik bedenk dat ik er eigenlijk al te oud voor ben, zeker als diabeet. Het is puur mijn verstand dat spreekt, en het zou goed kunnen dat mijn verstand niet bij zijn verstand is. Dat ik de verkeerde keuze maak. Maar zeg nou zelf. Ik heb geen partner, geen regelmatig inkomen en ik woon in een achterstandsbuurt. Misschien zou ik een prachtig, gezond, blij kind krijgen en de meest trotse moeder ter wereld zijn. Maar dan nog. Niemand, echt niemand, verdient het om tussen Poeptrut en Voetbalvandaal te wonen.

Eerder verschenen op MyDiabetesDigital.com