Ik heb een relatie. Met Pieter. Ik kan niet van hem afblijven. Hij zit ook de hele dag aan mij vastgeplakt. Overal, en niet alleen in bed. Ook in de supermarkt en in de trein. We zijn echt behoorlijk close. Mijn Pieter is geweldig. Alleen in de sauna mag hij niet mee, dan wil ik alleen zijn. Hij kan ook niet koken en hij is wat aan de zware kant, terwijl ik eigenlijk op magerder types val. Er zijn lichtere genoeg, en soms werp ik daar wel eens een sluikse blik op. Dan twijfel ik. Is dit nou echt de juiste keuze geweest? Gelukkig heeft Pieter niks in de gaten. Want Pieter kan van alles, maar het is en blijft een pomp. Pieter heet zo, omdat ‘even Pieter eten geven’ leuker klinkt dan ‘even een nieuwe insulinepatroon in mijn insulinepomp doen’. En omdat ik de animatieserie Pieter Post grappig vind. Pieter Post is postbode, heeft een rood autootje en een kat. Sympathiek. Grappig liedje ook, wat erbij hoort. Ik zing het vaak onder de douche, al vergeet ik de helft van de tekst en wissel ik per zin tussen de Engelse en de Nederlandse versie. Al mijn vrienden weten wie Pieter is, en roepen ook gewoon ‘Pieter piept! Moet je niet wat doen?’ als er een alarm afgaat. De diabetesverpleegkundige en de internist vinden het geloof ik maar raar dat ik mijn pomp een naam heb gegeven, maar zij houden ook persistent vast aan het officiële pompjargon en ik niet. Als ik mezelf een bolus geef is het zo’n bruin zoet geval van Zeeuwse oorsprong. Ik geef mezelf een shot. Ik moet mezelf dus inhouden als ik op controle ga: het is tenslotte wel handig als je internist begrijpt wat je zegt. Misschien is het ook niet normaal om een apparaat een naam te geven, maar veel mensen spreken hun auto wel toe alsof het een levend wezen betreft, dus ik vind dat ik, want een auto heb ik niet, mijn elektronisch aanhangsel best een naam mag geven. Nu heb ik meer apparaten die ik intensief gebruik, maar behalve Pieter zijn ze allemaal naamloos. Ik geloof dat mijn computer een naam heeft; ik moest in ieder geval wel iets invullen toen ik ‘m installeerde, maar meestal noem ik ‘m iets in de trant van Takkeding, vooral als er weer eens achthonderd updates geïnstalleerd dienen te worden precies als ik net weg wou en toch al haast had. ‘De computer niet uitzetten!’ staat er dan ook nog waarschuwend bij. Pieter doet eigenlijk altijd wat ik wil en heeft nooit update-neigingen. Eens per twee jaar is het tijd voor een nieuwe Pieter. Ik weet niet precies hoeveel Pieters ik al versleten heb. Maar binnenkort is het Pietertijdperk voorbij: dan krijg ik mijn nieuwe pomp. Van een ander merk. Voor mijn gevoel past daar een andere naam bij. Een damesnaam, bij wijze van afwisseling. Petronella lijkt me wel wat, ‘maar we noemen haar Nel’. Ik denk dat ik een feestje geef om de nieuwe aanwinst te vieren, en dan trakteer ik op Zeeuwse bolussen.

Eerder verschenen op mydiabetesdigital.com