Er zijn mensen die de kunst van het licht pakken beheersen. Van die mensen die in een rugzakje alles kunnen stoppen wat ze voor een lang weekeind nodig hebben. Mensen die alleen handbagage meenemen als ze drie weken naar Mexico gaan. Ik ben niet zo iemand. Ik heb voor een normale werkdag al een weekendtas nodig.

Een gemiddelde damestas schijnt voor veel mannen een raadsel te zijn. Dat begrijp ik wel. Ik heb wel een schoudertas, maar een damestas is het niet. Make-up vind je er niet in. Mijn tas is vrij overzichtelijk. De tas van mijn moeder, dat is een ander verhaal. Als ik met mijn moeder meerijd en ze vraagt me iets uit haar tas te pakken, is mijn dag verpest. De tas van mijn moeder is één grote klont keelsnoepjes, lippenstiften, kortingpasjes, muntjes, losse zakdoekjes, geplette boterhammen, afgebroken oogpotloden, lippenbalsems zonder dop, zakdoekjes, spiegeltjes, nagelvijlen en nijlpaarden. (Die laatste was om te kijken of u nog wel zat op te letten, lezer, maar het zou me niets verbazen als het echt zo was.) Ik krijg de zenuwen van de tas van mijn moeder. Daarom heb ik haar lang geleden gezegd dat ik weiger om nog langer mijn handen in haar tas te steken. Dan maar geen telefoon/hoestsnoepje/zakdoek. Hoe ze zich zonder mij redt is me een raadsel.

In mijn tas zitten dingen die ik echt nodig heb. Mijn portemonnee, een pakje zakdoekjes, dat soort dingen. Toch is mijn tas van een behoorlijk formaat en krijg ik de rits vaak niet eens dicht. En die tas gaat overal mee. Mensen vragen zich wel eens af of ik niet een wat al te intieme relatie met mijn tas heb. Maar dat zit zo. Ik ben diabeet, en ik ben een neuroot. Lippenbalsem, zakdoeken en schone onderbroeken kun je overal kopen, maar zie op een station maar eens een doosje teststrips te krijgen, of insuline. Dus dat zit in mijn tas. In grote hoeveelheden. Ik kook ook altijd te veel dus het zal wel in mijn genen zitten. Verder zit er genoeg eten in voor drie dagen, en meer medische voorraad dan menig diabetesverpleegkundige heeft: naalden, lancetten, adapters, batterijen… En een reservepomp. En een insulinepen voor als de reservepomp kapot gaat. En een reservepen voor als de pen kapot gaat. Een glucosemeter, maar geen reservemeter, want daar is de batterij van leeg en ik heb de reservebatterij gebruikt voor meter 1. Insuline, een ampul extra, en nog een, voor de pen. Van dextro word ik misselijk als ik een hypo heb, dus zit er in mijn miniziekenhuis altijd een flesje energiedrank.

Verder zit er niet zo gek veel in mijn tas. Ja, mijn huissleutels, mijn portemonnee, mijn telefoon, een stuk of wat pennen, een kladblok en een pakje aspirientjes, maar dat is het dan ook wel. En als ik met het vliegtuig reis, zit dat allemaal in mijn handbagage, maar dan de driedubbele hoeveelheid. Behalve de energiedrank, want daar kun je bommen mee maken, schijnt. Van het spul dat je na de controle kunt kopen blijkbaar niet. Ben ik nou de enige die dat raar vindt? Dat ik genoeg insuline bij me heb om het halve vliegtuig elegant mee om zeep te helpen en naalden om meer mensen mee lek te steken dan een vampier in een goede nacht, daar schijnen ze bij de controle weer niet zo mee te zitten. Ik heb mijn medische verklaring nog nooit hoeven laten zien. Ze knipperen niet eens met hun ogen als ze mijn tas scannen. Wel krijg ik vaak een meewarige blik: ach gut, weer zo’n damestas.

Eerder gepubliceerd op Mydiabetesdigital.com