Ik moet even iets kwijt. Iets sentimenteels.
Ik hou van vier mei.
De avond van vier mei is de mooiste van het jaar. Vanwege de herdenking. Ik zal het uitleggen. Op vier mei is de lucht anders. De bladeren steken net iets feller af tegen de lucht, die vaak óf stralend blauw, óf loodgrijs is. Wonderlijk. Vanaf een uur of zeven staat de tv aan en begin ik me op te winden. Over de vier kinderen die hierachter spelen, ze klimmen op de schuurtjes en flikkeren alles wat ze vinden naar beneden. Donkere kinderen. Waar zijn al die hardcore witte achterbuurtsmoelen, genoemd naar spelers van het lokale team ballenschoppers gebleven? Vast naar binnen gedirigeerd. Zelfs de aso’s van hiernaast lijken zich, o wonder, te conformeren aan de stilte. Maar die kindjes, half acht…ze schreeuwen gewoon door. Om kwart voor acht komt er een vrouw naar buiten. Ze gaat met een sigaret op de glijbaan zitten en lijkt zich er niet aan te storen dat zojuist één van de kinderen een halve barbecue naar beneden gegooid heeft. “HEE! Hier zit een spijker in!” krijst een ander. De vrouw neemt nog een haal. Neem ze mee, trut! Het zal toch niet zo zijn dat ik straks vooroordelen bevestigd ga zien. Dat die kinderen hier over tien minuten nog zitten, de enige vijf aso’s binnen oorbereik -want er is altijd één lul die op een brommertje voorbij scheurt. Dat hoort nu eenmaal zo in een buurt als deze, en dat is fijn, want dan heb ik iets om me over op te winden. Vijf voor acht. De koningin doet wat ze moet doen en legt een krans. Prima. Prachtig. En zomaar weet ik weer waarom ik vier mei de mooiste dag van het jaar vind. Want het is stil. Duizenden mensen, bij elkaar, en ze zijn stil. Uit respect, uit medeleven, vanwege de herinnering, vanwege vroeger en vanwege nu en vanwege wat er nog kan komen. De solotrompet, ik zit al met mijn zakdoek klaar, en dan zijn er alleen nog maar vogels. En duizenden die alleen maar ademen, we leven maar we zijn stil. Het is een triest, melancholiek, hartverscheurend mooi moment. In stilte.
Op dat brommertje na.