Vroeger was alles beter, vinden sommige mensen. Nou, mooi niet. Vroeger was alles helemaal niet beter, vooral niet voor diabeten. In de tijd dat varkens nog insuline leverden bijvoorbeeld, viel er weinig te genieten voor diabeten. Tenminste niet op culinair gebied, want suiker was taboe. Wat was ik jaloers op al die mensen die Suiker mochten. Zalige, zoete, verboden Suiker. In de thee, in taart, in ijs. In alles. In plaats van chocoladepaaseieren kreeg ik walnoten van de activiteitenvereniging in mijn wijk. Nu was ik erg dol op walnoten, maar chocolade paaseieren! En in december, als iedereen op school een marsepeinen dierfiguur in zijn laatje vond, lag er in mijn la een karakterloze koek. Vernederend gewoon, die speciale aandacht! Vooral als je zeven bent. En nergens ontsnapte je eraan. Niet op school, niet op de sportclub, en al helemaal niet tijdens familiebezoeken. Bij opa en oma kregen mijn broertjes smarties en chocomel. Voor mij waren er kleffe suikervrije chocoladerepen met gepofte rijst en Diaran. Voor wie niet bekend is met deze klassieker: het was bedoeld als limonade, maar zag eruit als fel oranje tekstmarker. Waarschijnlijk stond het in de winkel alleen bij de etenswaren omdat de fabrikant vergeten was een waarschuwingsdriehoek met een doodskop op de fles te zetten. Als je er een beetje van dronk, kreeg je kotsneigingen, en als je er meer van dronk diaree. Daarom heette het waarschijnlijk ook zo. Meer dan eens plunderde ik in een onbewaakt moment de zak met smarties. In de categorie ‘verjaardagen en andere feestelijke gelegenheden’ waren er voor diabeten twee opties: steevast halfbevroren appeltaart-zonder-suiker en mijn favoriet: een bleekroze kwarkconstructie op een laagje cake in een folievormpje. Voor het ontbijt was er voor de diabetische zoetliefhebber suikervrije jam. Ik was er niet dol op, dus gingen mijn ouders in de alternatieve hoek op zoek naar iets beters. Ze vonden carobepasta. Een vilein plakkerig, bruin smeersel dat weliswaar geen of weinig suiker bevatte, maar waar verder weinig pluspunten aan zaten. Het smaakte naar de inhoud van een stofzuigerzak. Iedereen die het kent en beweert dat het lekker is, is of een masochist, of een leugenaar. Rond mijn tiende kwam mijn diëtiste met een schokkende mededeling. Ik mocht gewone jam! Alsof ik jarig was op kerstavond, zo blij was ik. Een paar jaar later mócht ik niet eens meer suikervrije producten eten. Wetenschappers hadden namelijk ontdekt dat al die zooi misschien wel suikervrij was, maar vaak ook veel vetter, en door de suikervervangers erin bepaald niet gezonder dan reguliere etenswaren. Tegenwoordig zijn wetenschappers het erover eens dat suiker voor niemand goed is, en dat als je maar afwisselend eet en geen al te gekke dingen doet, zo’n beetje alles wel mag op voedselgebied. En dat heb ik dus gedaan, want er bleek in mij een culinair genieter en een experimenteel kok te schuilen. En het rare is, nu het mag, voel ik niet meer de behoefte om stiekem te snaaien en me lens te vreten aan zoete spullen. En onlangs heb ik een nieuwe stap gezet in mijn leven als diabeet. Ik ben Heel Erg Dronken geworden. Diabetes en drank, dat is geen goede combinatie, maar er was een whiskyfestival in de stad. Samen met twee vrienden toog ik monter van de ene stand naar de andere. Vooraf braaf gemeten, tussendoor wat gegeten, en na een paar soorten proeven stond ik wat onvast op mijn benen, maar het was heerlijk. Ik herinner me vaag dat ik thuisgekomen ben, nog een vriendelijk gesprek met de gordijnen gevoerd heb, en daarna met glucosemeter en al in bed getuimeld ben. Alles goed. ’s Nachts weer gemeten: prima waarde. De volgende ochtend heb ik mijn vrienden een sms gestuurd dat ik wakker en nuchter was, en dat ik genoten had. Ga ik vaker doen.

Eerder gepubliceerd op Mydiabetesdigital.com